Er bestaan veel misvattingen over zonnepanelen. Deze 5 hebben wij zelf nagetrokken.

1. Elektriciteit die je niet meteen verbruikt, ben je kwijt

Ook dat klopt niet. Elektriciteit die je produceert maar niet meteen verbruikt, wordt in het elektriciteitsnet geïnjecteerd en je verbruiksteller wordt teruggedraaid (in Vlaanderen en Wallonië). Kortom: je energiefactuur wordt verminderd met wat je produceert. In Brussel wordt gewerkt met een bidirectionele teller, die aangeeft wat je verbruikt én wat je teruggeeft aan het net.

De gemiddelde besparing (voor een installatie met 14 panelen die 3.000 kWh produceert tegenover een verbruik van 3.500 kWh per jaar) bedraagt 800 euro in Vlaanderen, 540 euro in Brussel en 720 euro in Wallonië.

Wie zijn eigen elektriciteit produceert, is bovendien minder afhankelijk van de prijsschommelingen op de energiemarkt.

In Brussel verandert het compensatiemechanisme van de terugdraaiende teller in 2018: Brusselaars zullen bijgevolg minder korting krijgen op hun elektriciteitsfactuur ( +/- 200 euro vanaf het tweede jaar), maar krijgen in ruil groenestroomcertificaten (700 euro per jaar gedurende 10 jaar).

Tegenwoordig kan je het productieoverschot van je zonnepanelen ook thuis opslaan met een thuisbatterij. Momenteel is het voordeel van dit systeem nog beperkt: de terugdraaiende meter biedt de mogelijkheid om productie en consumptie doorheen het jaar te compenseren. In de toekomst, als de aankoopprijs van een thuisbatterij afneemt, zal je er wel voordeel uit kunnen halen. Het systeem zal toelaten om tot 80% van de tijd onafhankelijk te zijn van het net (tegenover 30 tot 40% vandaag).

2. Zonnepanelen renderen niet meer

Subsidies die werden geschrapt, de invoering van het prosumententarief voor het gebruik van het distributienet in Vlaanderen (in Wallonië vanaf 2020) en de afschaffing van de terugdraaiende teller in Brussel vanaf 2018, … Redenen genoeg, zo lijkt het, om te geloven dat zonnepanelen niet langer de moeite waard zijn en –vooral- niet renderen. Fout.

In Vlaanderen zijn de overheidssubsidies inderdaad verdwenen maar daartegenover staat dat de prijs van de zonnepanelen enorm gedaald is: in 2008 kostte een installatie tussen 20.000 en 30.000 euro, vandaag nog tussen 5.000 en 8.000 euro!

Ondanks het wegvallen van de subsidies en de invoering van het prosumententarief (80 tot 130 euro €/kWp/jaar) heeft investeren in zonnepanelen nog steeds alleen maar voordelen: in 10 jaar tijd betaalt uw investering zichzelf terug (in Wallonië in 6 tot 8 jaar). Over een periode van 20 jaar gezien brengen zonnepanelen ongeveer 8% op in Vlaanderen en rond de 10% in Brussel en Wallonië. Welke bank betaalt je vandaag nog dit soort intresten uit?

Paul De Vylder, energie-expert bij ENGIE Electrabel, schat de gemiddelde besparing op je energiefactuur via de terugdraaiende teller op 600 tot 800 euro vanaf het eerste jaar voor een gemiddelde installatie van 14 panelen. Grotere installaties leveren een nog grotere besparing op. «En omdat zonnepanelen zo’n 25 tot 30 jaar meegaan terwijl de investering al na 10 jaar is afgeschreven, maak je bijna 20 jaar lang zuivere winst.»

3. Mijn dak is niet zuidgericht, dus zonnepanelen zijn zinloos


Je vergist je opnieuw. Inderdaad : een zuidgericht dak met een helling van 30% levert een optimaal rendement aan zonne-energie (100%). Het verschil met een dak dat geöriënteerd is op het zuidoosten of zuidwesten, is verwaarloosbaar: amper 4 tot 5% minder rendement. Oost- of westgerichte daken zijn iets minder interessant: 10 tot 15% minder opbrengst. Maar dat verschil compenseer je makkelijk door een paar extra zonnepanelen te installeren. Zonnepanelen op een noordgericht dak of een dak dat volledig overschaduwd worden dan weer meestal wel afgeraden.

4. In de winter produceren zonnepanelen niet

Zonnepanelen hebben geen warmte nodig om elektriciteit te produceren. Zonlicht volstaat, en dat krijgen we voldoende: gemiddeld 1.500 uur per jaar. Dus ja: zonnepanelen wekken ook tijdens de winter elektriciteit op. Maar uiteraard is productie in de zomer inderdaad hoger dan in de winter: 2/3 van de jaarproductie gebeurt tussen april en september, maar toch nog één derde in de periode oktober – maart.

Heb je de slimme thermostaat boxx van ENGIE Electrabel in huis, dan kan je via de optie Solar kit de productie van je zonnepanelen op de voet volgen. De Solar kit geeft in realtime aan hoeveel je zonnepanelen produceren, wat je verbruikt en de hoeveelheid die je in het net injecteert. Hij vergelijkt de geschatte productie zelfs met de werkelijke productie, zowel in kWh als in euro. Interessant om te zien hoe je presteert in de winter, bijvoorbeeld.

 

5. Grotere kans op blikseminslag

Een dak met zonnepanelen is niet gevaarlijker tijdens onweer dan een normaal dak. Zonnepanelen trekken geen bliksem aan, omdat ze plat zijn. Het enige risico is kortsluiting als de bliksem inslaat vlakbij je woning. Een bliksemafleider kan hier soelaas bieden. Bovendien zijn zonnepanelen altijd geaard. Wil je helemaal gerust zijn, dan kan je je elektriciteitskast voorzien van een overspanningsbeveiliging.

Ook wat betreft hagelschade kan je op beide oren slapen. Zonnepanelen zijn gemaakt van gehard glas van 4mm dik en bestand tegen hagelballen van 25mm aan een snelheid van 90 km/u. De meeste brandverzekeringen vergoeden trouwens ook schade aan zonnepanelen als gevolg van onweer.

Wil je het potentiële rendement van je dak berekenen, vraag dan een gratis satellietanalyse aan.

Facebook Comments