Eind 2015 heeft het Vlaams Parlement een decreet met een aantal wijzigingen m.b.t. het systeem van groenestroomcertificaten (GSC) en warmtekrachtkoppelingscertificaten (WKC) goedgekeurd. En dat impacteert de energiefactuur van grote ondernemingen.

Het certificatensysteem (groenestroomcertificaten (GSC) en warmtekrachtkoppelingscertificaten (WKC)) werd in 2001 door de Vlaamse overheid in het leven geroepen om de productie uit hernieuwbare energiebronnen aan te moedigen en is tweeledig:

◦Enerzijds krijgen producenten die elektriciteit produceren uit hernieuwbare energiebronnen groenestroomcertificaten, respectievelijk WKK-certificaten indien deze stroom wordt opgewekt door een warmtekrachtkoppelingsinstallatie.
◦Anderzijds dienen de elektriciteitsleveranciers jaarlijks een bepaald aantal (het quotum) groenestroomcertificaten, respectievelijk WKK-certificaten in te dienen bij de VREG. De kosten voor de aankoop van deze certificaten worden door de leveranciers doorgerekend in functie van het verbruik van de klanten.

De gemiddelde kost per klant om aan de verplichtingen met betrekking tot het systeem van groenestroom- en WKK-certificaten te voldoen varieert per klant, maar is een belangrijke component van de energiefactuur.

De wijzigingen van het ‘tarievendecreet’ betreffen concreet de volgende punten:

Afschaffing totale bandingscoëfficiënt

Sedert het verbruiksjaar 2012 was in de formule ter bepaling van het aantal in te dienen groenestroomcertificaten de vermenigvuldiging met een  “totale bandingscoëfficiënt” opgenomen. Deze coëfficiënt werd jaarlijks door het Vlaams Energieagentschap gepubliceerd en bedroeg ongeveer 0,9.

In het nieuwe tarievendecreet wordt deze totale bandingscoëfficiënt (Btot) in de berekening van uw bijdrage groenestroomcertificaten afgeschaft vanaf verbruiksjaar 2016.

Wijzigingen quotaverplichtingen

De quota die worden toegepast in de berekening van uw bijdrage groenestroomcertificaten werden herzien.
◦Voor verbruiksjaar 2016 steeg het quotum van 19% x Btot naar 23%.
◦Vanaf verbruiksjaar 2017 werd het quotum vastgelegd op 20,5%.

Hieronder vindt u een overzicht van de quota GSC en WKC voor elk verbruiksjaar:

 

 

 

 

 

Wijziging vrijstellingsregels

Van bij de introductie van het systeem van groenestroom- (GSC) en warmtekrachtkoppelingscertificaten (WKC) heeft de overheid voorzien dat afhankelijk van de aard van de hoofdactiviteit van een onderneming degressiviteitspercentages worden toegepast. Dit betekent dat de hoeveelheid afgenomen elektriciteit die per afnamepunt voor de berekening in rekening wordt gebracht, wordt verminderd:
◦Groenestroomcertificaten: voor verbruiken tussen 1GWh en 20 GWh werd 47% van het verbruik vrijgesteld voor bedrijven met een hoofdNACE-code tussen 05 en 33 (industrie & winning van delfstoffen), 46391 & 52100 (koelpakhuizen en diepvriesbedrijven) en 52241 (vrachtbehandeling in zeehavens).
◦WKK-certificaten: verbruikschijven 1 – 5 GWh en 5 – 20 GWh worden voor 47% vrijgesteld.
◦Voor verbruiken boven 20 GWh genieten alle bedrijven een gedeeltelijke vrijstelling, zoals in de tabel hieronder weergeven.

◦Algemene herziening van de vrijstellingspercentages. Deze gelden per afnamepunt:

GSC-vrijstelling WKC-vrijstelling
< 2016 >= 2016 < 2016 >= 2016
Verbruikers zonder vrijstellingen + schijf zonder vrijstellingen (< of = 1 GWh) 0% 0% 0% 0%
1 – 5 GWh: 40% 47% 10% 47%
5 – 20 GWh 40% 47% 15% 47%
20 – 100 GWh: 75% 80% 25% 50%
100 – 250 GWh: 80% 80% 50% 80%
> 250 GWh: 98% 98% 80% 85%

 

Inschatting van de impact voor een onderneming

Het is moeilijk om u een pasklaar rekenmodel aan te bieden dat de financiële impact van deze wijzigingen kan uitrekenen.

Enerzijds zullen het afschaffen van de bandingscoëfficiënt en de gestegen certificatenverplichting voor Vlaamse ondernemingen vanaf 2016 aanleiding geven tot een verhoogde bijdrage voor hernieuwbare energie en voor WKK.

Anderzijds kunnen ondernemingen met een hoofdNACE-code tussen 05 en 33 (industrie & winning van delfstoffen) en 46391 & 52100 (koelpakhuizen en diepvriesbedrijven) een hogere vrijstelling op deze bijdrage genieten. Ook voor ondernemingen die instaan voor vrachtbehandeling in zeehavens (NACE code 52241) is er goed nieuws. Zij komen vanaf volgend jaar eveneens in aanmerking voor de degressiviteitsregels met betrekking tot de schijf 1-20 GWh. Voor bedrijven met een verbruik > 20 GWh worden de vrijstellingspercentages bovendien verhoogd.

Het decreet voert tevens volgende bepalingen in

Het op ondernemingsniveau verschuldigde bedrag van de door financieringssteun voor hernieuwbare energie ontstane kosten wordt beperkt tot 4% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming. Voor bedrijven met een elektriciteitsintensiteit van ten minste 20% wordt dit beperkt tot 0,5% van de bruto toegevoegde waarde van de betrokken onderneming.

Vragen? ENGIE Electrabel klanten kunnen steeds terecht bij hun Accountmanager.

Facebook Comments