Na de daken is het nu de beurt aan de gevels van gebouwen om elektriciteit te produceren dankzij organische fotovoltaïsche films! Wij leggen uit hoe dat kan.

Na de daken is het nu de beurt aan de gevels van gebouwen om elektriciteit te produceren! Dat kan door organische fotovoltaïsche films op de muren te kleven of op de vensters aan te brengen. Quentin Van Nieuwenhoven, expert van ENGIE Laborelec, legt haarfijn het hoe en waarom van deze ongelooflijke revolutie uit…

Gevels die elektriciteit produceren … vandaag kan het! Meer bepaald in Linkebeek, waar 50 m² van de gevel van het gebouw van ENGIE Laborelec werd bekleed met organische films. De jaarproductie wordt op 2 300 kWh geraamd, ongeveer evenveel als een gezin jaarlijks verbruikt.

Quentin Van Nieuwenhoven werkt als Project Manager Solar, Wind and Marine bij ENGIE Laborelec en volgt het project in Linkebeek van dichtbij op.

Waarom wordt dit een organisch materiaal genoemd?

Quentin Van Nieuwenhoven: “Voor gevels wordt een ander materiaal gebruikt dan voor de klassieke zonnepanelen. Bij zonnepanelen gaat het om kristallijn silicium, terwijl de organische films die door het Duitse bedrijf Heliatek worden geproduceerd, op polymeren en een dunne koolstoflaag zijn gebaseerd. Dit zijn eenvoudige, overvloedig beschikbare en voordelige materialen die niet schadelijk zijn voor het milieu. Bovendien zijn ze gemakkelijk recycleerbaar.”

Zijn deze organische films gemakkelijk aan te brengen?

Een klassiek zonnepaneel weegt ongeveer 20 kg per m². Films zijn 20 keer lichter, zodat je ze vrijwel overal kunt aanbrengen.

Q. V. N.:Om te beginnen zijn ze heel licht. Een klassiek zonnepaneel weegt ongeveer 20 kg per m². Dit relatief hoge gewicht beperkt de toepassingsmogelijkheden. Sommige oppervlakken, zoals daken van industriële gebouwen, kunnen zo’n belasting niet dragen. Films zijn daarentegen 20 keer lichter, zodat je ze vrijwel overal kunt aanbrengen. Ze zijn bovendien vrij soepel. Op een gevel zijn ze gemakkelijk met lijm aan te brengen. Dat kan natuurlijk niet met zonnepanelen…”

Halen ze voldoende rendement?

Q. V. N.: “Dergelijke kleine, gedecentraliseerde energiebronnen helpen om een gebouw zelfvoorzienend te maken, zodat het weinig of geen elektriciteit uit het openbare stroomnet moet halen. Ze functioneren trouwens exact zoals de klassieke zonnepanelen, door licht in elektrische stroom om te zetten. Deze stroom kan onmiddellijk verbruikt of op het net gezet worden. Hun rendement ligt voorlopig nog lager dan bij zonnepanelen, maar de komende jaren zou dit moeten stijgen. Daarom adviseren wij momenteel nog om, waar mogelijk, klassieke panelen te installeren.”

Hoe werden de films op de gevel van ENGIE Lab aangebracht?

Q. V. N.: “De organische films zijn op twee plaatsen geïnstalleerd: enerzijds rechtstreeks op een drager in vezelcement op de zuidgevel van het gebouw en anderzijds op de vensteroppervlakken. De totale bedekte oppervlakte bedraagt 50 m² en de jaarproductie wordt op 2 300 kWh geraamd, ongeveer evenveel als een gezin jaarlijks verbruikt. Deze installatie toont aan dat het mogelijk is om elektriciteit te produceren en tegelijk de esthetische kwaliteit van het gebouw te bewaren of zelfs te verbeteren.”

Vinden architecten deze oplossing ook interessant?

Q. V. N.: “Ja, dankzij de esthetische kwaliteit van deze films. Ze zijn alvast discreter te verwerken dan de traditionele panelen en omdat ze in allerlei kleuren beschikbaar zijn, versmelten ze met hun omgeving. Zelfs bijna transparante films zijn mogelijk, maar die produceren wel minder stroom. Eigenlijk kunnen architecten deze films als echte decoratieve elementen gebruiken om ze harmonisch te verwerken in de gebouwenschil.”

Welke conclusies trekt u uit dit experiment?

Na een jaar testen kunnen we zeggen dat het resultaat positief is. We zijn dan ook van plan om deze technologie op de markt te brengen

Q. V. N.:“Wij willen de energietransitie actief voorbereiden. Het staat vast dat wij in de toekomst op een heel andere manier energie zullen produceren en verbruiken. Dergelijke films bieden ons heel wat voordelen, onder andere omdat ze vrijwel overal gemakkelijk kunnen worden geïnstalleerd. Maar we moesten wel nagaan of deze oplossing al een kans op slagen heeft. Vandaar dit experiment. Na een jaar testen kunnen we zeggen dat het resultaat positief is. Wij overwegen nu om de films ook op het gebouw van ENGIE Fabricom in Antwerpen aan te brengen. Daar zouden wij een veertigtal vierkante meter organische fotovoltaïsche films kunnen installeren. En wij zijn nu ook van plan om deze technologie in 2019 op de markt te brengen.”

Ook interessant: ons persbericht over het aandeel van ENGIE in Heliatek, de Duitse leider op het gebied van organische fotovoltaïsche films

Facebook Comments